Skip to content

Veel gestelde vragen

Heb je een vraag over onze begeleiding, werkwijze, aanmelding of een andere vraag? Hieronder vind je antwoorden op veelgestelde vragen die ons kantoor en onze coaches bijna dagelijks krijgen.

Toeleidingsstop Nijmegen

Op dit moment geldt er bij de gemeente Nijmegen een tijdelijke beperking op de vergoeding van begeleiding (toeleidingsstop).

Ik heb een crisissituatie

Veel gestelde vragen over AD(H)D

Het belangrijkste verschil tussen ADHD en ADD is de mate waarin hyperactiviteit en impulsiviteit op de voorgrond staan. Bij ADD staan vooral aandachtsproblemen centraal, terwijl ADHD ook gepaard kan gaan met zichtbare hyperactiviteit en impulsiviteit.

AD(H)D is geen ziekte die je simpelweg kunt genezen. Het is een neurobiologische manier waarop het brein informatie verwerkt, aandacht richt en reageert op prikkels. De kenmerken kunnen gedurende het leven veranderen en de manier waarop iemand ermee omgaat kan zich ontwikkelen.

Begeleiding kan helpen om jezelf beter te begrijpen, inzicht te krijgen in patronen en te ontdekken welke strategieën en omstandigheden voor jou werken. Het doel is niet om je te veranderen, maar om te kijken wat jij nodig hebt om je dagelijks leven op een passende manier vorm te geven.

Dat hangt af van jouw hulpvraag. Bij ’t KCAA werken we onder andere met coaching en trainingen. We kijken eerst naar wat er speelt en bepalen samen welke vorm van ondersteuning daarbij past.

Soms is een aantal coachingsgesprekken voldoende. In andere situaties kan een training, meer langdurige begeleiding of een combinatie van verschillende vormen van ondersteuning passend zijn.

Bij Coaching ligt de nadruk op jouw persoonlijke situatie. Samen onderzoek je waar je tegenaan loopt en welke manieren van werken of omgaan met situaties bij jou passen.

Een Training richt zich meer op het opdoen van kennis en vaardigheden rondom een specifiek onderwerp. Denk bijvoorbeeld aan planning en organisatie, omgaan met prikkels of inzicht krijgen in AD(H)D.

Coaching en training kunnen elkaar ook aanvullen.

Ja. AD(H)D kan zich bij verschillende mensen en op verschillende momenten in het leven anders uiten. De kenmerken, persoonlijke eigenschappen, omgeving en manier waarop iemand ermee omgaat spelen allemaal een rol.

Daarom kijken we niet alleen naar de kenmerken van AD(H)D, maar naar jouw persoonlijke situatie als geheel.

AD(H)D kan invloed hebben op bijvoorbeeld concentratie, planning, tijdsbesef, motivatie, huiswerk en het organiseren van taken. Ook prikkels, sociale situaties en verwachtingen kunnen een rol spelen.

Bij ’t KCAA kijken we samen naar wat er op school of tijdens de studie gebeurt en wat kan helpen om leren en studeren beter te laten aansluiten bij jouw manier van werken. Werk vraagt bijvoorbeeld om plannen, prioriteiten stellen, overzicht houden, omgaan met prikkels en samenwerken. Wat goed werkt, verschilt per persoon en werkomgeving.

Met coaching kunnen we onderzoeken waar je tegenaan loopt, welke kwaliteiten je kunt benutten en wat je nodig hebt om prettig en duurzaam te kunnen werken.

Ja. Verschillen in behoefte aan prikkels, communicatie, planning, emoties of verwachtingen kunnen soms invloed hebben op relaties en de dynamiek binnen een gezin.

We kunnen samen onderzoeken welke patronen ontstaan en wat helpt om elkaar beter te begrijpen en de dagelijkse samenwerking makkelijker te maken.

Medicatie kan bij sommige mensen onderdeel zijn van de behandeling van ADHD. Of medicatie passend is, is een medische vraag die je bespreekt met een arts of behandelaar.

Bij ’t KCAA ligt de nadruk op inzicht, begeleiding, coaching en training. We kunnen wel meedenken over hoe je in het dagelijks leven. In overleg kunnen we afstemmen met een externe psychiater over medicatie.

Nee, AD(H)D komt in de volwassenheid naar schatting evenveel voor bij vrouwen als bij mannen, maar de diagnose wordt nog steeds vaker bij mannen gesteld.

Veel gestelde vragen over Autisme

Tegenwoordig spreken we niet meer van verschillende soorten autisme als afzonderlijke diagnoses. We gebruiken hiervoor de term AutismeSpectrumStoornis (ASS). Binnen dit spectrum kunnen kenmerken, ervaringen en ondersteuningsbehoeften sterk verschillen. Want ieder mens is anders, en dat geldt ook voor mensen met autisme.

Hieronder vind je een overzicht van de ‘oude’ benamingen die vroeger werden gebruikt.

  • Klassiek autisme – een bredere combinatie van kenmerken op het gebied van sociale communicatie, gedrag en prikkelverwerking.
  • Asperger-syndroom – vaak gebruikt voor mensen met autistische kenmerken zonder een duidelijke verstandelijke beperking of taalontwikkelingsachterstand.
  • PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified) – wanneer er wel duidelijke kenmerken van autisme waren, maar niet aan de criteria van een specifieke diagnose werd voldaan.
  • Desintegratieve stoornis van de kinderleeftijd – een zeldzame diagnose waarbij een kind na een aanvankelijk typische ontwikkeling duidelijk vaardigheden verliest.

Deze afzonderlijke diagnoses zijn in de DSM-5 (De DSM is een internationaal handboek met criteria voor het herkennen en classificeren van psychische aandoeningen en ontwikkelings­stoornissen. Het wordt gebruikt door professionals bij diagnostiek.) samengevoegd onder ASS. In plaats van een subtype wordt tegenwoordig meer gekeken naar welke kenmerken iemand heeft en hoeveel ondersteuning nodig is.

Daarbij is het belangrijk dat ASS er bij iedereen anders uit kan zien. Denk bijvoorbeeld aan verschillen in:

  • Sociale communicatie en contact;
  • Behoefte aan voorspelbaarheid en routines;
  • Interesses en manier van informatie verwerken;
  • Gevoeligheid voor prikkels;
  • Behoefte aan herstel en rust;
  • Omgaan met veranderingen;
  • Zelfstandigheid en dagelijkse vaardigheden.

Ook termen als ‘hoogfunctionerend autisme’, ‘mild autisme’ en ‘zwaar autisme’ geven daarom maar beperkt weer hoe iemand daadwerkelijk functioneert. Iemand kan bijvoorbeeld verbaal heel sterk zijn en tegelijkertijd veel ondersteuning nodig hebben bij prikkelverwerking of dagelijkse structuur.

Autisme is geen ziekte die je simpelweg kunt genezen. Het is een neurobiologische manier waarop het brein informatie verwerkt, aandacht richt en reageert op prikkels. De kenmerken kunnen gedurende het leven veranderen en de manier waarop iemand ermee omgaat kan zich ontwikkelen.

Begeleiding kan helpen om jezelf beter te begrijpen, inzicht te krijgen in patronen en te ontdekken welke strategieën en omstandigheden voor jou werken. Het doel is niet om je te veranderen, maar om te kijken wat jij nodig hebt om je dagelijks leven op een passende manier vorm te geven.

Dat hangt af van jouw hulpvraag. Bij ’t KCAA werken we onder andere met coaching en trainingen. We kijken eerst naar wat er speelt en bepalen samen welke vorm van ondersteuning daarbij past. Soms is een aantal coachingsgesprekken voldoende. In andere situaties kan een training, meer langdurige begeleiding of een combinatie van verschillende vormen van ondersteuning passend zijn.

Bij Coaching ligt de nadruk op jouw persoonlijke situatie. Samen onderzoek je waar je tegenaan loopt en welke manieren van werken of omgaan met situaties bij jou passen.

Een Training richt zich meer op het opdoen van kennis en vaardigheden rondom een specifiek onderwerp. Denk bijvoorbeeld aan planning en organisatie, omgaan met prikkels of inzicht krijgen in Autisme.

Coaching en Training kunnen elkaar ook aanvullen.

Ja. Autisme kan zich bij verschillende mensen en op verschillende momenten in het leven anders uiten. De kenmerken, persoonlijke eigenschappen, omgeving en manier waarop iemand ermee omgaat spelen allemaal een rol.

Daarom kijken we niet alleen naar de kenmerken van Autisme, maar naar jouw persoonlijke situatie als geheel.

Autisme kan invloed hebben op bijvoorbeeld concentratie, planning, tijdsbesef, motivatie, huiswerk en het organiseren van taken. Ook prikkels, sociale situaties en verwachtingen kunnen een rol spelen.

Bij ’t KCAA kijken we samen naar wat er op school of tijdens de studie gebeurt en wat kan helpen om leren en studeren beter te laten aansluiten bij jouw manier van werken. Werk vraagt bijvoorbeeld om plannen, prioriteiten stellen, overzicht houden, omgaan met prikkels en samenwerken. Wat goed werkt, verschilt per persoon en werkomgeving.

Met coaching kunnen we onderzoeken waar je tegenaan loopt, welke kwaliteiten je kunt benutten en wat je nodig hebt om prettig en duurzaam te kunnen werken.

Ja. Verschillen in behoefte aan prikkels, communicatie, planning, emoties of verwachtingen kunnen soms invloed hebben op relaties en de dynamiek binnen een gezin.

We kunnen samen onderzoeken welke patronen ontstaan en wat helpt om elkaar beter te begrijpen en de dagelijkse samenwerking makkelijker te maken.

Medicatie kan bij sommige mensen onderdeel zijn van de behandeling van ADHD. Of medicatie passend is, is een medische vraag die je bespreekt met een arts of behandelaar.

Bij ’t KCAA ligt de nadruk op inzicht, begeleiding, coaching en training. We kunnen wel meedenken over hoe je in het dagelijks leven. In overleg kunnen we afstemmen met een externe psychiater over medicatie.

Nee, Autisme komt in de volwassenheid naar schatting evenveel voor bij mannen als bij vrouwen, maar de diagnose wordt nog steeds vaker bij mannen gesteld.

Veel gestelde vragen over KCAA

Ja, een officiële diagnose is niet voor iedere vorm van begeleiding noodzakelijk. Je kunt ook vragen hebben over aandacht, planning, prikkelverwerking, emoties of dagelijks functioneren zonder dat je weet of AD(H)D en/of Autisme (ASS) daarbij een rol speelt.

Samen kijken we naar jouw hulpvraag en naar welke ondersteuning passend is.

Meer informatie vind je op de pagina Aanmelden.

Kijk op de pagina Werken bij KCAA.

Ben je een gemeente, zorgprofessional, onderwijsorganisatie, huisarts of organisatie? Dan vind je hieronder informatie die aansluit bij jouw rol en de samenwerking met KCAA.

Heb je een vraag of wil je overleggen? Neem gerust contact met ons op.

Begeleiding vanuit het Kenniscentrum kan in veel gevallen worden vergoed vanuit de Wmo of de Jeugdwet. Bekijk de pagina vergoeding & tarieven voor meer informatie.

Op de pagina werkgebied zie je in welke gemeenten KCAA actief is.

Staat jouw gemeente er niet tussen? Dan kun je samen met de gemeente kijken naar een andere organisatie die begeleiding vanuit de Wmo of Jeugdwet aanbiedt.

Wil je toch graag begeleiding van KCAA? Geef dan bij je gemeente aan dat je graag wilt dat zij contact met ons opnemen. Is er voldoende vraag vanuit jouw regio, dan kijken we samen met de gemeente wat er mogelijk is.

Al ruim 25 jaar kijken we bij het KCAA verder dan een diagnose. We willen begrijpen wie je bent, wat je nodig hebt en wat jou helpt om verder te komen.

Onze professionals hebben veel kennis en ervaring met AD(H)D en Autisme. Met verschillende disciplines binnen één organisatie kunnen we goed aansluiten bij uiteenlopende hulpvragen. De begeleiding is persoonlijk, praktisch en altijd afgestemd op jouw situatie.

We kijken bovendien naar het dagelijks leven. Daarom kan begeleiding plaatsvinden bij ons op locatie, maar ook thuis, op school, op het werk of online.

En misschien wel het belangrijkste: we werken toe naar meer zelfstandigheid. Zodra het kan, bouwen we de begeleiding af. Want goede begeleiding helpt je niet alleen vandaag, maar geeft je ook handvatten om morgen zelf verder te kunnen.

Helaas hebben sommige locaties van ons een wachtlijst. Dit is per locatie verschillend.

Betekenis van afkortingen

  • KCAA: Kenniscentrum AD(H)D en Autisme. Het kenniscentrum richt zich op coaching, begeleiding en training voor mensen met AD(H)D en/of autisme.
  • AVG: Algemene verordening gegevensbescherming. Europese privacywetgeving die regels vastlegt voor het verzamelen, gebruiken, bewaren en beveiligen van persoonsgegevens.
  • MDO: Multidisciplinair overleg. Een overleg waarbij professionals vanuit verschillende disciplines samenwerken en kennis uitwisselen over de ondersteuning of behandeling van een cliënt.
  • EPD: Elektronisch patiëntendossier. Een digitaal dossier waarin zorgverleners relevante gegevens over de zorg en behandeling van een cliënt vastleggen. De term elektronisch cliëntendossier wordt ook gebruikt, afhankelijk van de organisatie en context.
  • BSN: Burgerservicenummer. Een uniek persoonsnummer dat de overheid gebruikt voor identificatie en de uitwisseling van persoonsgegevens.
  • Sofinummer: Sociaal-fiscaal nummer. De voorloper van het BSN, dat sinds 2007 het sofinummer heeft vervangen.
  • SEH: Spoedeisende hulp. De afdeling van een ziekenhuis waar mensen terechtkunnen voor acute medische zorg.
  • BIG: Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. De Wet BIG regelt onder andere de bevoegdheden en registratie van bepaalde zorgberoepen. Een BIG-registratie is niet voor alle vormen van begeleiding bij AD(H)D en autisme verplicht. Of registratie nodig is, hangt af van het beroep, de werkzaamheden en de wettelijke eisen.

  • ADD: Attention Deficit Disorder. Een benaming die vroeger werd gebruikt voor aandachtsproblemen zonder opvallende hyperactiviteit. Tegenwoordig valt dit onder ADHD met overwegend onoplettende kenmerken.
  • ADHD: Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder. Een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die invloed kan hebben op aandacht, impulsiviteit en hyperactiviteit. De kenmerken en de mate waarin deze op de voorgrond staan, verschillen per persoon.

Wat is het verschil tussen ADD en ADHD? Bij ADD staan vooral problemen met aandacht, concentratie en het organiseren van taken op de voorgrond. Hyperactiviteit is minder zichtbaar of minder prominent aanwezig. Bij ADHD kunnen naast aandachtsproblemen ook hyperactiviteit en impulsiviteit een belangrijke rol spelen. Hyperactiviteit hoeft daarbij niet altijd zichtbaar te zijn; sommige mensen ervaren vooral innerlijke onrust.

  • ASS: Autisme Spectrum Stoornis

Tegenwoordig spreken we niet meer van verschillende soorten autisme als afzonderlijke diagnoses. Hiervoor gebruiken we de term AutismeSpectrumStoornis. Binnen dit spectrum kunnen kenmerken, ervaringen en ondersteuningsbehoeften sterk verschillen. Want ieder mens is anders, en dat geldt ook voor mensen met autisme.

Hieronder vind je een overzicht van de ‘oude’ afkortingen en benamingen die vroeger werden gebruikt.

  • AD: Autistic Disorder – Klassiek Autisme
  • ASD: Autisme Spectrum Disorder – Autisme Spectrum Stoornis
  • PDD-NOS: Pervasive Development Disorder Not Otherwise Specified – Pervasieve ontwikkelingsstoornis, niet anderszins omschreven (In Nederland ook wel POS-NAO genoemd)

  • HFA: High Functioning Autism – Hoog Functionerend Autisme
  • McDD: Multiple complex Developmental Disorder – Meervoudig Complexe Ontwikkelingsstoornis

  • NT: Neurotypisch. Een term voor mensen bij wie de neurologische ontwikkeling en informatieverwerking grotendeels overeenkomen met wat maatschappelijk als gebruikelijk wordt beschouwd.
  • ND: Neurodivergent. Een term voor mensen bij wie de neurologische ontwikkeling of informatieverwerking afwijkt van wat als gebruikelijk wordt beschouwd. Neurodivergentie is geen diagnose.

Hieronder vind je een overzicht van diagnoses, leerstoornissen en andere kenmerken die kunnen voorkomen bij mensen met AD(H)D en/of autisme. Ze kunnen zelfstandig voorkomen of samengaan met andere vormen van neurodivergentie. Ieder mens is anders en niet iedereen herkent zich in dezelfde kenmerken.

  • OCD / OCS: Obsessive-Compulsive Disorder / obsessieve-compulsieve stoornis. Een psychische aandoening die wordt gekenmerkt door terugkerende, ongewenste gedachten, beelden of impulsen (obsessies) en/of herhalende handelingen of mentale rituelen (compulsies). Deze worden vaak uitgevoerd om angst of spanning te verminderen.
  • DCD: Developmental Coordination Disorder. Een ontwikkelingsstoornis die de motorische coördinatie beïnvloedt. Motorische vaardigheden kunnen daardoor meer moeite kosten en bewegingen kunnen minder soepel verlopen.
  • HB: Hoogbegaafdheid. Een term voor mensen met uitzonderlijk hoge cognitieve capaciteiten. De precieze definitie en criteria kunnen per deskundige of context verschillen.
  • EHB: Extreem hoogbegaafdheid. Een term die wordt gebruikt voor een uitzonderlijk hoog niveau van cognitieve begaafdheid. Er bestaat geen universeel vastgestelde grens of officiële afkorting die overal wordt gehanteerd.
  • ED: Ernstige dyslexie. Een term die in de Nederlandse onderwijs- en zorgcontext wordt gebruikt voor ernstige dyslexie. De afkorting komt onder andere voor bij gespecialiseerde diagnostiek en behandeling van hardnekkige lees- en spellingproblemen.
  • Dyslexie. Een leerstoornis die zich kenmerkt door hardnekkige problemen met nauwkeurig en/of vlot lezen en/of spellen, ondanks passend onderwijs en voldoende oefening.
  • Dyscalculie. Een leerstoornis die zich kenmerkt door hardnekkige problemen met het leren en toepassen van rekenvaardigheden. Er is geen eenduidige, algemeen gebruikte Nederlandse afkorting voor dyscalculie.
  • SLD: Specific Learning Disorder. De Engelse benaming voor een specifieke leerstoornis. De term wordt onder meer gebruikt in diagnostische classificaties en kan betrekking hebben op problemen met lezen, schriftelijke taalvaardigheid en/of rekenen.

  • DSM-IV: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fourth Edition. De vierde editie van het handboek voor het classificeren van psychische stoornissen.
  • DSM-5: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition. De vijfde editie van dit handboek.

DSM: De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders is een handboek met criteria voor het classificeren van psychische stoornissen, waaronder ontwikkelingsstoornissen. Professionals gebruiken deze criteria als hulpmiddel bij diagnostisch onderzoek en het stellen van diagnoses.

  • Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Een uitkering voor mensen die op jonge leeftijd een ziekte of handicap hebben gekregen en daardoor aan bepaalde voorwaarden voor arbeidsvermogen voldoen.
  • PGB: Persoonsgebonden budget. Een budget waarmee iemand zelf zorg of ondersteuning kan inkopen, binnen de geldende voorwaarden.
  • Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Deze wet regelt ondersteuning vanuit de gemeente, zodat mensen zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen en kunnen meedoen in de samenleving.
  • Doelgroepregister: Een landelijk register van mensen die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen. Werkgevers kunnen dit register raadplegen om na te gaan of iemand meetelt voor de banenafspraak.
  • ZIN: Zorg in natura. Zorg of ondersteuning die wordt geregeld en geleverd via een zorgaanbieder waarmee de gemeente, zorgverzekeraar of het zorgkantoor afspraken heeft gemaakt.

  • AIC: Autisme Informatie Centrum. Een informatie- en ontmoetingspunt waar mensen met autisme, hun naasten en andere geïnteresseerden terechtkunnen voor informatie en ervaringsdeskundige ondersteuning.
  • UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Overheidsorganisatie die onder andere uitkeringen uitvoert en mensen ondersteunt bij werk en re-integratie.
  • NVA: Nederlandse Vereniging voor Autisme. Vereniging die zich inzet voor mensen met autisme en hun naasten, onder andere door informatie, belangenbehartiging en lotgenotencontact.
  • REC: Regionaal Expertise Centrum. Een regionaal centrum dat expertise en ondersteuning biedt binnen een specifiek zorg- of onderwijsdomein. De precieze betekenis is afhankelijk van de context.
  • GGZ: Geestelijke gezondheidszorg. Het geheel van zorg, behandeling, begeleiding en preventie voor mensen met psychische klachten of psychiatrische aandoeningen.

  • SSRI: Selectieve serotonineheropnameremmers. Medicijnen die de heropname van serotonine in de hersenen remmen. Ze worden onder andere voorgeschreven bij depressie, angststoornissen en dwangklachten. Bij mensen met AD(H)D en/of autisme kunnen ze worden ingezet bij bijkomende klachten.
  • SNRI: Serotonine-noradrenalineheropnameremmers. Medicijnen die de heropname van serotonine en noradrenaline remmen (bijv. venlafaxine en duloxetine).
  • TCA (of TCA’s): Tricyclische antidepressiva. Een groep antidepressiva die onder andere wordt gebruikt bij depressie en bepaalde vormen van chronische pijn (bijv. amitriptyline).
  • MAO-remmers: Monoamineoxidaseremmers. Medicijnen die het enzym monoamineoxidase remmen, waardoor bepaalde neurotransmitters, zoals serotonine, noradrenaline en dopamine, minder snel worden afgebroken.
  • MPH: Methylfenidaat. Een stimulerend medicijn dat wordt voorgeschreven bij AD(H)D (o.a. Ritalin en Concerta).
  • AMP: Amfetamine. Een stimulerende stof die het centrale zenuwstelsel beïnvloedt. Amfetamine en verwante stoffen vallen, afhankelijk van de specifieke stof, onder de Opiumwet.
  • DEX: Dexamfetamine. Een stimulerend medicijn dat de activiteit van bepaalde neurotransmitters in de hersenen beïnvloedt en wordt voorgeschreven bij AD(H)D.